Total Pageviews

Blog Archive

Search This Blog

Banner

Banner
Posts tonen met het label Speak Right Now. Alle posts tonen

Speak Right Now - Hamsi Boubeker en zijn Kunst voor de Vrede

In het kader van ons "Speak Right Now-project" publiceren we interviews met beleidsmakers, kunstenaars en mensen in het ontwikkelingsveld, organiseren we activiteiten en zetten we vredevolle initiatieven in de kijker. Naar aanleiding van de Dag van de Vrede op 21 september, belichten we het oeuvre van de kunstenaar Hamsi Boubeker. Boubeker is een polyvalent kunstenaar, geboren in de Algerijnse stad Bejaia. Sinds 1979 woont hij in Belgiƫ. Zijn volledige oeuvre staat in het teken van de vrede en tolerantie.



Kan u in het kort uw persoonlijk parcours schetsen? 

Mijn carriĆØre als kunstenaar is er eigenlijk toevallig gekomen. Ik ben geboren in een gemeenschap van Kabylische Berbers, waar kinderen heel dicht bij hun ouders leven. Het thema “feest” is altijd erg aanwezig. Als kind hield ik ervan om met mijn moeder mee te gaan naar trouwfeesten omdat er dan lekker gedanst en gegeten werd. Tijdens de oorlog werd de avondklok ingevoerd en hoorden we overal bommenexplosies. Om die avonden en nachten draaglijk te maken, las mijn grootmoeder ons sprookjes voor. Voor mij zijn deze herinneringen levensbepalende culturele bagage. Als sinds de kleuterschool hield ik erg van tekenen. Toen ik naar de lagere school ging, ging mijn voorkeur uit naar de vakken waarin we mochten tekenen zoals aardrijkskunde, geografie en natuurwetenschappen. Zonder te weten dat ik later kunstenaar zou worden, waren dit al elementen die ik in mij had.
 In 1962 kwam het tot de onafhankelijkheid van Algerije. Tijdens de kolonisatie restte ons enkel nog ons huis, de school en de buurt. Alle andere culturele instanties zoals de bioscoop en het theater waren in handen van de Fransen. Wij hadden daar geen recht op. Er was geen televisie en de radio werd gemaakt door, zoals ik het noem, een ‘bourgeoisie media’. Na de onafhankelijkheid van Algerije heb ik voor de eerste keer het Conservatorium in mijn geboortestad Bejaia ontdekt. Ik heb me ingeschreven, sloot me aan bij het koor en zette zo mijn eerste stappen richting de Algerijnse muziek. Vervolgens heb ik Sadek El BĆ©jaoui ontmoet, die mijn leermeester werd. BĆ©jaoui heeft veel grootste Algerijnse artiesten gevormd. Daarna ben ik naar Algiers vertrokken. De hoofdstad was voor mij een leerschool van diversiteit in de kunstwereld. Ik praatte er met zangers, schrijvers, acteurs... Zo ontmoette ik ook ƩƩn van de grootste Algerijnse theater acteurs, Kateb Yacine en veel bekende zangers zoals Djamel Allam en Idir. Tijdens mijn militaire dienst had ik het geluk dat mijn directeur niemand minder was dan de grootste Kabylische schrijver Mouloud Mammeri. Na in dialoog te gaan met mensen zoals zij, kon ik niet anders dan mij respectvol en tolerant opstellen in het leven. Maar deze waarden heb ik ook vooral te danken aan mijn ouders, aan mijn familie en aan mijn gemeenschap.
 Ik heb al die waarden meegenomen naar Parijs in 1978, waar ik in een opnamestudio Kabylische liederen opnam. Na 6 maand was mijn visa verlopen en moest ik Frankrijk verlaten. Maar ik wilde niet terugkeren naar Algerije. Het leven was er moeilijk voor Kabylische berbers. We riskeerden een gevangenisstraf. Dat noem ik een arbitrair politiek beleid. En zelfs vandaag nog blijven ze zeggen dat wij Arabieren zijn en dat onze enige cultuur de Arabische cultuur is en onze enige godsdienst de islam is. Zo verwijdert men een volledige geschiedenis. Toen ik jong was, revolteerde ik subtiel tegen dat systeem. En vandaag zien we nog sporen van de Franse kolonisatie in Algerije. Na de onafhankelijkheid heeft zich een ander systeem van onderdrukking geĆÆnstalleerd door mensen die van de rijkdommen van Algerije profiteren. Van Parijs ben ik dan naar Brussel getrokken omdat mijn schoonbroer meehielp met de Front du Nord, een groep van advocaten die tijdens de onafhankelijkheidsoorlog Algerijnen bijstonden. Ik denk vooral aan Serge en Henriette Moureaux. In Brussel ben ik aangekomen met een visa van 45 dagen, maar ik wilde niet terugkeren naar Algerije. Ik dacht eraan om terug naar Frankrijk te gaan, maar de nieuwe wet StolĆ©ru zorgde ervoor dat mensen met Maghrebijnse afkomst terug naar hun land van herkomst moesten vertrekken. Op mijn paspoort werd een grote “R” gedrukt, van ‘refoulĆ©’ (geweigerd). Maar dankzij het Front du Nord kon ik in BelgiĆ« blijven als kunstenaar. Serge Moureaux nam me in dienst. Gewapend met mijn gitaar, zoals Kateb Yacine zegt: “niet om te moorden, maar om te doen leven”, ben ik beginnen zingen voor de kost. Ik werd snel opgepikt door de media en mocht in verschillende televisie- en radioprogramma's en festivals in BelgiĆ« optreden. Als ik werd uitgenodigd om tegen racisme op te treden, of tegen nucleaire wapens, of tegen geweld op vrouwen, werd ik omringd door kunstenaars van Latijns-Amerikaanse, Afrikaanse, Turkse... afkomst. En samen brachten we een boodschap van vrede, tolerantie en respect. Het is door in Brussel te wonen dat ik in contact gekomen ben met al deze verschillende culturen. Hier zie ik mensen die geloven in hun strijd, die op het terrein gaan en daar is mijn echt artiestenleven eigenlijk echt begonnen. 


Wanneer heeft u voor uzelf de klik gemaakt: “Ik ben een kunstenaar”? 

Je kiest er niet voor om kunstenaar te zijn. Ik zeg altijd dat ik een ambachtsman ben, geen kunstenaar. Vandaag ben ik schilder en auteur van kinderverhalen. Ik zeg ook altijd dat ik de gelukkigste man op aarde ben, want kunst maken is mooi, het is kleurrijk en je krijgt de kans om levensverhalen te vertellen. Mijn schilderij “De wereld is mijn dorp” is een metafoor voor mijn kindertijd in de Kabylische gemeenschap. Kunst voor mij is een manier van samenleven en culturele uitwisseling.
Als ik mensen ontmoet, dan is het net alsof alle grenzen verdwijnen en wij gewoon kunnen samenleven. In de kunst is er meer dat ons verbindt dan ons scheidt. Schilderen heeft mij ook geholpen om terug in mijn kindertijd te duiken. Als ik huwelijkstaferelen schilder, probeer ik me de vrouwen die zongen op de trouwfeesten die ik als kind bijwoonde voor de geest te halen met hun mooie bewegingen en hun juwelen. Al die kleine momenten van geluk die ik herleef in mijn kunst wil ik ook graag delen met het publiek.


Vandaag bent u een bekend Brusselaar. Uw werk “Handen van hoop” hangt in het metrostation Lemonnier. Kan u ons wat meer vertellen over dat werk? 

Het hand in de Berber cultuur symboliseert een grote kracht. Men zegt dat als je een hand uitreikt met de vijf vingers gestrekt, dan weer je het kwade af. Vroeger tekenden vrouwen met henna hun handafdruk aan de inkom van hun huis. Als er een kind geboren werd, tekende men een klein handje op de borst van de baby ter bescherming. Dus ik heb voor het hand gekozen als symbool van de vrede en respect voor elkaar. Ik organiseer didactische workshops voor kinderen. Ik zeg hen altijd: “Jullie gaan de toekomst vormgeven, en jullie gaan de oorlogen stoppen”. Samen met de kinderen illustreer ik deze vredesboodschap. Deze formule kent een enorm succes en werd al georganiseerd in 82 landen. Het idee was om met kinderen samen te werken van verschillende sociale klassen. Zo heb ik ook ontmoetingen georganiseerd tussen kinderen en 70-plussers. Deze ontmoetingen zijn belangrijk, want sommigen onder de 70-plussers hebben de oorlog meegemaakt en kunnen hun verhalen delen met de kinderen. En samen komen ze dan tot een prachtig kunstwerk. Ik heb ook samengewerkt met mindervaliden en met gedetineerden. In de gevangenis van Saint-Gilles heb ik samen met de gevangenen en hun kinderen schilderijen gemaakt en tentoongesteld. Vroeger zag ik hoe op de Dag van de Vrede mensen acties op poten zetten rond de vrede. In 2001 ben ik uitgenodigd op de Verenigde Naties door de vrouw van Kofi Hannan om samen met kinderen een verzoek in te dienen om de Dag van de Vrede permanent te maken. Maar net voor de ontmoeting gebeurde de aanslag van 11 september en werd als ons harde werk teniet gedaan. Ik was moreel verslagen en ik had tijd nodig om te bekomen en om het project “Handen van Hoop” te hervatten.


U werd recent ook aangesteld als Internationaal jurylid van de Vredeswedstrijd van Unesco. Hoe denkt u dat kunst een bijdrage kan leveren aan vrede?

Ik ben inderdaad aangesteld door het Belgisch Secretariaat van Unesco om de Tekenwedstrijd rond vrede bij te zitten. Ik zal aan tafel schuiven met grote namen en samen met hen in discussie treden over het onderwerp. Volgens mij draagt kunst bij aan internationale vrede omdat het ontmoetingen stimuleert. Ik zeg altijd: “Als je vrede wil, kijk dan naar onze kinderen”. Toen ik als kind de oorlog meemaakte, drukten mijn ouders me op het hart dat respect en tolerantie belangrijk zijn als we in vrede willen samenleven. Als we kinderen niet betrekken bij projecten rond vrede, dan missen we een belangrijke kans om onze jeugd maatschappelijk te engageren. Kunst kan bruggen bouwen en heel toegankelijk een vredesboodschap overbrengen! Met andere woorden, kunst doet leven!


Elk jaar zetelt u ook als jurylid in de Tekenwedstrijd van “De Kunst van het Samenleven”. Is het belangrijk om als kunstenaar de jeugd te ondersteunen? 

Dit jaar is de 8ste keer dat ik zal deelnemen aan dit initiatief. Ik heb Francolympiades en Fedactio altijd gefeliciteerd met dit kunstproject. De grote, nationale finale is altijd een feest voor de deelnemers en hun familie en vrienden. Er is altijd een erg gemoedelijke en ontspannen sfeer! U hebt aan de beide kanten van de Middellandse Zee gewoond. Wat is uw boodschap aan de volgende generaties? Ik wens dat er een grote brug gebouwd werd die Algerije verbond met Europa en de ontmoetingen en culturele uitwisseling tussen de twee continenten zou faciliteren. Vroeger was het Middellands Zeegebied een land, bewoond door de Romeinen. Nu is dit Middellands Zeegebied verwaarloosd en is er een soort kloof ontstaan. Maar langs de andere kant helpen we elke dag mensen die hun land willen ontvluchten en soms omkomen op zee. Die mensen leven in onmenselijke omstandigheden, onder regimes die geen respect hebben voor mensenrechten. Zij steken de zee over op zoek naar een beter bestaan. Ik wil graag de twee continenten dichter bij elkaar brengen. We zijn tenslotte allemaal mensen. Khalil Gibran zei : « De wereld is mijn familie en het universum is mijn thuisland”. Ik zeg: “De wereld is mijn dorp”.



De Duif van de Hoop - Werk van HAMSI
De Boodschapper van de Vrede - Werk van HAMSI

Speak Right Now - Interview: Annemarie Gielen en haar vredesmissie bij Pax Christi

In het kader van ons "Speak Right Now-project" publiceren we interviews met beleidsmakers en mensen in het ontwikkelingsveld, organiseren we activiteiten en zetten we vredevolle initiatieven in de kijker. Naar aanleiding van de Dag van de Vrede op 21 september, belichten we deze week de 30ste Vlaamse Vredesweek georganiseerd door Pax Christi Vlaanderen, de Vlaamse afdeling van de internationale vredesbeweging Pax Christi. Wij gingen praten met haar Algemeen Directeur, Annemarie Gielen.

Toen ze haar studies Oost-Europese Talen en Culturen in Leuven afrondde, ging Annemarie Gielen aan de slag bij Pax Christi Internationaal. Een jaar later trok ze naar Rusland en zette zich in voor de mensenrechten. Ze had nooit gedacht dat ze een pleitbezorger voor de vrede ging worden, maar vandaag blaast ze 17 kaarsjes uit bij Pax Christie Vlaanderen, waarvan nu reeds 7 jaar als Algemeen Directeur. Aan de vooravond van de Vredesweek van 21 september t.e.m. 2 oktober, spraken wij met haar over haar professionele en persoonlijke vredesmissie.

Wat zijn de concrete objectieven van Pax Christi?

Annemarie Gielen: Pax Christi Vlaanderen werkt op vier niveaus om vredeswerk te bevorderen. Het eerste niveau is vormingswerk. We helpen mensen om conflict en/of onrecht te benoemen en vervolgens kijken we samen hoe we tot een vreedzame oplossing kunnen komen. Dat doen we hier in Vlaanderen maar ook in conflictgebieden waar we actief zijn, meer bepaald in Rusland, OekraĆÆne, Congo en via ons internationaal netwerk ook in IsraĆ«l-Palestina. Het tweede niveau is vredesopbouw waarbij we lokale groepen versterken in hun aspiraties om aan vrede te werken. Dit luik staat nu eerder op een laag pitje omdat we al enkele jaren geen subsidies meer ontvangen van Buitenlandse Zaken. We hopen wel dat er tijdens de volgende legislatuur budget kan vrijgemaakt worden. Vervolgens hebben we een luik sensibilisering. Rond verschillende vredesthema’s proberen we mensen in onze eigen samenleving warm te krijgen via filmavonden en debatten, maar ook via petities en straatacties voor thematieken die niet altijd in de media naar voor komen. Tot slot werken we ook via een traject van beleidsbeĆÆnvloeding, een vorm van lobbywerk, waarbij we proberen op het niveau van regelgeving en wetgeving zaken te veranderen die de vrede bevorderen. We bereiden nota’s voor die concreet ingaan op de bovengenoemde conflictgebieden.

Wereldwijde vrede is een heel ambitieus plan. Hoe gaat u hiermee om?

Annemarie Gielen: Er zijn verschillende insteken of manieren van benadering die we gebruiken om aan vredesopbouw te werken. Voor ons is het heel belangrijk om niet over de hoofden van de betrokkenen heen te spreken, maar om samen met hen een oplossing te zoeken. In Vlaanderen bijvoorbeeld gaan we bij conflicten rond migratie of detentie in de eerste plaats met de getroffen personen en groepen aan tafel. Hetzelfde geldt voor onze werking in bijv. Rusland en Congo. We brengen het conflict in kaart en gaan samenwerkingen aan met groepen die op een geweldloze manier aan het systeem willen werken. We gaan nooit zelf zomaar ergens binnenstappen en zeggen: “Wij weten hier het antwoord”. Want wij weten het antwoord ook niet. Wat we wel hebben, is ervaring in methodieken en theorieĆ«n die kunnen helpen om bepaalde vredesprocessen in gang te zetten. Omgekeerd proberen wij ook altijd van die groepen te leren om mee te nemen naar ons lobbywerk of in onze sensibiliseringscampagnes.

Hoe ziet u de verwevenheid tussen spiritualiteit, studie en actie? 

Annemarie Gielen: Spiritualiteit is een belangrijk aspect voor onze organisatie. Het is een voedingsbron en tevens een hulpmiddel tegen cynisme en het gevoel van machteloosheid. Pax Christi is ontstaan in Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. GeĆÆnspireerd op een lezing van de Bijbel, riepen de stichters op om, zoals Jezus ooit sprak: “De vijand te beminnen en te bidden voor het welzijn van diegenen die ons vervolgen”. Zij wilden de spiraal van geweld doorbreken door zich naar de Duitse bevolking toe onbevangen en kwetsbaar op te stellen. Zetten jullie dan ook in op interculturele en interreligieuze dialoog? Annemarie Gielen: Een samenleving maak je met de mensen die er zijn. Binnen ons team, ons dagelijks bestuur en onze vrijwilligers heerst een grote diversiteit van geloofsbeleving. Het is onze betrachting om via ontmoetingen de ander te leren kennen en te respecteren. Maandelijks organiseren we bijvoorbeeld interreligieuze meditaties waarbij mensen van verschillende achtergronden samenkomen en mediteren. Maar we hebben ook verschillende publicaties en vormingen over hoe de Bijbel een brontekst kan zijn om aan vrede te werken. Via inspirerende werken kunnen we dan een brug slaan naar moslims, de joodse gemeenschap, orthodoxen, humanisten…

Wat is uw persoonlijke missie als Algemeen Directeur? 

Annemarie Gielen: Mijn droom is dat Pax Christi geen bestaansreden meer heeft (lacht). Maar op kortere termijn wens ik dat iedereen het geduld kan opbrengen voor het anders zijn van anderen en de tijd neemt om zichzelf te leren kennen. Daarmee bedoel ik dat iedereen voor zichzelf uitzoekt: ‘Waarom heb ik die mening en waarom gedraag ik mij zo’. Eigenlijk worstelt iedereen met levensvragen en maatschappelijke problemen, want niemand heeft pasklare antwoorden. Twijfel en onzekerheid mogen er zijn, maar leiden vaak tot frustratie en conflict. Maar mensen moeten beseffen dat je daar ook iets aan kan doen, dat je andere mensen en jezelf kan helpen. Mensen verglijden in een cynische houding of zelfs een geweldhouding, terwijl niemand dat eigenlijk wil. Niemand wil in een permanente geweldsituatie leven, mensen willen rust. Een switch in het denken zou een mooi resultaat zijn.

Wat kunnen mensen concreet volgens u doen om vredesopbouw te bewerkstelligen?

Annemarie Gielen: Wij wakkeren de kritische reflectie bij mensen aan. Want als je ergens een mening over wil vormen, is het nuttig om je daarin te verdiepen. Dat gaat van ecologie tot economie, m.a.w. over alles wat een mens doet. Als een situatie zich voordoet waarbij je het gevoel hebt dat je machteloos staat, is het belangrijk dat je de situatie probeert te transformeren. Op die manier, hoe minimaal de transformatie ook is, draag je bij aan een betere samenleving. In autocratische regimes zoals Turkije of Rusland zijn er altijd mogelijkheden van verzet, van samenwerking en van netwerken om elkaar versterken. De geweldloze strijd is een moeilijke strijd, maar de moeite waard. Want het kiezen voor geweld levert altijd meer schade op.

Wat zijn uw ervaringen na al die jaren vredesopbouw? 

Annemarie Gielen: Het belangrijkste wat ik geleerd heb, is de enorme veerkracht van mensen die onrecht meemaken. Ik denk daarbij aan het aura van waardigheid dat mensen rond zich hebben in hun verzet. Dat is tegelijkertijd ook mijn krachtbron. Dat er mensen zijn die zich niet laten verleiden tot pessimisme of wanhoop. Want er is altijd maar ƩƩn weg, en dat is vooruit, met hoop. Met Pax Christi hebben we al een grote impact bereikt op het individuele niveau. Bijvoorbeeld onze trajecten van verzoening tussen Russen en Tsjetsjenen heeft niet geleid dat de presidenten van die republieken of landen in elkaars armen vielen. Maar mensen die hebben deelgenomen, begrijpen elkaar beter. Hierdoor zijn prille vriendschapsbanden ontstaan tussen Russen en Tsjetsjenen die voor onze tussenkomst ondenkbaar waren. Of in Congo bijvoorbeeld waar groepen zich al jaren inzetten via geweldloos verzet voor meer democratie. Ondanks de verkiezingsuitslag was het een overwinning dat er heel veel Congolezen zijn gaan stemmen. Die participatie geeft mensen het gevoel van waardigheid en betrokkenheid. Dat zijn resultaten die je kan neerleggen na langdurige samenwerkingstrajecten rond burgerrechten, mensenrechten, vrede…

Merkt u verschil in de werking in het huidige politiek klimaat? 

Annemarie Gielen: We merken een verschuiving van thema’s. 15 jaar geleden stonden spanningen in onze eigen samenleving niet op de voorgrond. Onze energie ging vooral naar conflictsituaties in het buitenland. Een grote groep in onze samenleving voelt zich vandaag ongemakkelijk bij de superdiversiteit. Deze onzekerheid wordt nog eens uitvergroot door de escalerende dreiging in de taal van een Donald Trump en een Vladimir Putin. Daarbij komt nog eens de prangende kwestie rond klimaatsverandering. Mensen willen dat liever niet horen. Deze uitdagingen houden ons als vredesorganisatie natuurlijk ook bezig. Daarom voeren we tijdens onze Vredesweek van 2017 en 2018 campagnes over hoe mensen kunnen omgaan met spanningen in de eigen samenleving. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen hebben wij aanbevelingen gedaan voor een lokaal vredesbeleid voor de steden en gemeenten. Wij hebben daarbij vooral ingezet op de thematiek van polarisering. Verder hebben wij de methodiek van participatief theater ontwikkeld. Samen met doelgroepen die in situaties van onrecht verkeren, schrijven we een scenario. Via interactieve theatervoorstellingen gaan we op en naast de scene in dialoog met het publiek. De bedoeling is om bij mensen het kritische denken te stimuleren en te tonen dat er vaak ook alternatieven mogelijk zijn.

Hoe reageren jullie op de verstarring binnen Europa, zoals Polen, Hongarije, maar ook Turkije en Rusland? 

Annemarie Gielen: Wij zijn altijd al fervent pleitbezorger geweest van de Europese Unie. Wij zien met lede ogen aan hoe het Europese vredesproject langs alle kanten belaagd wordt. Samen met de andere Pax Christi afdelingen in Europa gaan we onze zaak bepleiten bij het nieuwe Europese Parlement. Wij streven ernaar dat vrede, samenwerking en dialoog op de voorgrond blijven ondanks de verschillen in politieke kleuren. Hoe betrekken jullie jonge mensen in jullie vredesstrijd? Annemarie Gielen: We communiceren via kanalen waar jongeren bereikbaar zijn. De meeste jongeren bereiken we nu via universiteiten maar in de toekomst gaan we meer inzetten op samenwerking met organisaties die jongeren als doelgroep hebben. De teneur bij onze oudere achterban is soms: “Jongeren zijn niet meer geĆÆnteresseerd in maatschappelijke vraagstukken”. Maar ik merk dat niet. Jongeren liggen ook wakker van maatschappelijke polarisering en klimaatverandering.

Belgiƫ zetelt in 2019 en 2020 in de VN-Veiligheidsraad. Wat is jullie boodschap?

Annemarie Gielen: BelgiĆ« zetelt sinds januari 2019 in de VN-veiligheidsraad onder het motto “Consensus smeden, bouwen aan vrede”. Een krachtige boodschap die wij volledig ondersteunen. Alleen zien we in de praktijk dat BelgiĆ« daar weinig middelen voor inzet. Als we de federale budgetten bestuderen van wat er gespendeerd wordt aan vredesopbouw of vredesprojecten, zien we dat die heel fel gedaald zijn. De overheid moet besparen, maar het heeft ook te maken met prioriteiten. En daar zitten verschillende schoentjes die knellen. In het parlement is er heel weinig debat over hoe we internationale conflicten Ć©cht helpen oplossen. Een van de belangrijkste struikelblokken van dit moment is de modernisering van de luchtmacht via de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen. De redenering achter deze geplande investering is een automatisme: “Een leger heeft gevechtsvliegtuigen nodig”. Maar over de grond van die mening werd niet gediscussieerd. Wat moet de Belgische samenleving met 30 nieuwe gevechtsvliegtuigen met een prijskaartje van 15 miljard euro? Als je pleit tĆ©gen de aankoop van gevechtsvliegtuigen, vinden de mensen je naĆÆef en dom. Maar het is eigenlijk omgekeerd. Als mensen zouden beseffen wat de kostprijs is om bommen te gooien op Irak en SyriĆ« in verhouding tot de impact op het terrein, zou niemand nog investeren. Mensen beseffen niet hoeveel 15 miljard euro is. Wij vinden dat misbruik van de mensen hun goedgelovigheid en dat is inspelen op angstgevoelens. Waarom investeren we dat geld niet in een transitie naar een CO2 armere industrie? Of je kan je ook afvragen of het budget voor die gevechtsvliegtuigen opweegt tegen dat van de gezondheidszorg. Denk maar aan de ouders van Pia, die zich wanhopig moeten richten tot de Belgische bevolking om de behandeling van hun kindje te bekostigen.

Jullie zijn aan jullie 30ste Vredesweek begonnen. Hoe zal de Vredesweek 2019 eruitzien? 

Annemarie Gielen: Pax Christi Vlaanderen is de initiatiefnemer en werkt de campagne uit. Andere organisaties en politieke partijen worden uitgenodigd om mee te doen. Ook hier werken we op de 4 niveaus. Voor ons politiek luik publiceren we een beleidsdossier voor de politici met aanbevelingen. Ons luik educatie is vooral gericht naar scholen en activiteiten buiten de schoolse context. In het kader van ons luik sensibilisering willen we mensen warm maken via social media en de website, maar ook via debatavonden en straatacties om deel te nemen. We nodigen ook elk jaar een vredesweek-getuige uit, gelinkt aan het thema. Dit jaar is dat iemand uit Zuid-Soedan. We zijn op zoek gegaan naar iemand die in een conflictgebied werkt met een methode om de bevolking mee te betrekken bij de vredesopbouw. En dan hebben we ook een spiritueel luik. We maken altijd een bundel met teksten die bezinnend zijn en die verbonden zijn aan de thematiek.

Hoe ziet u de toekomst van jullie vredesmissie?

Annemarie Gielen: Ik ben een hoopvol mens, optimistisch. Ik denk dat de nood aan vrede heel groot is. Mensen willen in vrede leven, op een manier die hen niet hindert om naar school te gaan, te gaan werken en een gezin te stichten. De omkadering van vredesopbouw gaat niet anders dan via dialoog en samenwerking. De uitdaging is om op een wervende manier mensen te engageren zodanig dat ze zich ondersteund voelen in hun idee van een vredevolle samenleving. Maar ik ben ervan overtuigd dat elke mens ertoe in staat is om aan vrede te werken en dat het vooral een kwestie is om die capaciteiten aan te wakkeren.



De Vredesweek van Pax Christi loopt nog t.e.m. 2 oktober. Neem zeker een kijkje op www.vredesweek.be.


Speak Right Now: Amnesty schrijfmarathon in Gent

Ter ere van de 70ste verjaardag van de rechten van de mens lanceerde Fedactio haar project Speak Right Now, met acties voor de mensenrechten over heel Belgiƫ. Hieronder volgt een verslag over een evenement in Gent.

Jaarlijks organiseert Amnesty International een schrijfmarathon. Dit jaar wilden we ons ook hiervoor inzetten. We kregen een schrijfpakket opgestuurd van Amnesty International met daarin de nodige kaarten en stylo’s. Vrijdag 7 december gingen we aan de slag in de Kartuizerlaan te Gent. Vrouwen en mannen van alle leeftijden (tussen de 10 en 70 jaar) met diverse culturele achtergronden kwamen samen en sloegen aan het schrijven. Deelnemers hadden ƩƩn duidelijk doel voor ogen: het record van vorig jaar doorbreken.  In totaal werden er maar liefst 116 brieven geschreven. Hopelijk kunnen we door onze inzendingen de wereld veranderen! Want schrijven helpt!





Interview met Gedelegeerd Bestuurder van de VDAB Fons Leroy



In het kader van ons Speak Right Now-project, kregen we de kans om met Gedelegeerd Bestuurder van de VDAB Fons Leroy te praten over de instroom van vluchtelingen op de arbeidsmarkt. 

Hoe ziet u de evolutie van de instroom van vluchtelingen op de arbeidsmarkt? 

De globaliserende wereld waarin we ons vandaag bevinden zal altijd een instroom van vluchtelingen met zich meebrengen. We zien vandaag veel oorlogsvluchtelingen, economische vluchtelingen, en straks zullen er zich ook klimaatvluchtelingen aandienen. Onze arbeidsmarkt floreert vandaag dankzij de economische conjunctuur. Daarenboven zien we dat de babyboomgeneratie de arbeidsmarkt verlaat, waardoor we met een structureel tekort komen te zitten (voor elke 100 mensen die uitstromen komen er 80 in de plaats). Hierdoor blijft er een vraag naar arbeidskrachten, ook in de toekomst. In die zin is het belangrijk dat we de instroom van vluchtelingen dus slim anticiperen op onze arbeidsmarkt zodat het een win-win situatie wordt voor iedereen. Dankzij ons programma ‘integratie door werk’ heeft de VDAB al heel wat stappen gezet ten voordele van een vlottere integratie van nieuwkomers op de arbeidsmarkt. De essentie van deze aanpak is dat we hen zo snel mogelijk op de werkvloer willen integreren. De focus daarbij ligt op de te verwerven competenties, waarbij taal ook als een competentie en niet langer als een voorwaarde wordt beschouwd. Als VDAB bieden we daarom taalondersteuning op de werkvloer aan. Deze nieuwe aanpak levert betere resultaten op aangezien bijna 40% van de nieuwkomers binnen het jaar aan de slag is. Maar er is nog werk aan de winkel. We kunnen nog verdere stappen nemen om de samenwerking te verbeteren tussen de verschillende instanties zoals Fedasil, het Agentschap Inburgering en Integratie en VDAB. Door een goede, geĆÆntegreerde ketenregie op te zetten in de ‘integratie-architectuur’ kunnen we samen tot nog betere resultaten komen. Vandaag duurt de instroom vanuit de andere instanties naar VDAB veel te lang en is deze te weinig systematisch. Een voorbeeld van hoe we de instroom beter kunnen opvangen zijn de ‘integration points’, one-stop-shops voor vluchtelingen in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. Maar ook het project @level2work voor anderstalige hooggeschoolden heeft hier het succes van een meer geĆÆntegreerde aanpak aangetoond.

Hoe wijdverspreid is discriminatie op de arbeidsmarkt en wat zouden bedrijven en instanties nog meer kunnen doen om die tegen te gaan? Aansluitende vraag: zijn er bepaalde ‘good practices’?

Dat er discriminatie bestaat, staat buiten kijf en valt niet goed te keuren. Discriminatieklachten die bij VDAB binnenkomen, worden dan ook systematisch aan de bevoegde instanties overgemaakt. Verder sporen we via een specifieke applicatie discriminerende elementen in de vacatures op die via onze website gepubliceerd worden. De betrokken werkgevers worden gecontacteerd en gevraagd om hun vacature aan te passen. Als VDAB blijven we ook inzetten op meer diversiteit op de arbeidsmarkt. Dat doen we op verschillende manieren. Vooreerst is onze matching gebaseerd op competenties. We vertrekken vanuit het standpunt dat elke werkzoekende competenties heeft die los staan van geslacht, leeftijd, afkomst enz. Vanuit die competenties moeten we vertrekken om vacatures in te vullen. Verder zetten we heel bewust en actief in op good practices om de hardnekkige vooroordelen ten aanzien van minderheidsgroepen tegen te gaan. Zo zetten we de Syrische vluchteling die als bakker aan de slag is, de vrouwelijke elektricien, de 55-plusser, de jonge ingenieur met een migratieachtergrond extra in de kijker in onze externe communicatie. EƩn voor ƩƩn ontkrachten deze beelden de hardnekkige stereotypen.. Alleen door die verhalen actief te gaan verspreiden, zullen we vooroordelen kunnen doorbreken. Die aanpak versterken we in onze seminaries, ontbijtsessies voor werkgevers, provinciale ontmoetingsdagen met werkgevers en Human Recources. Tijdens die activiteiten tonen we aan hoe diversiteit een antwoord kan zijn op de huidige tekorten op de arbeidsmarkt. Tot slot gaan we via ons Stakeholdersforum ook rechtstreeks in dialoog met het Minderhedenforum, Het Vlaams Netwerk Armoede en de verenigingen van personen met een beperking om ervoor te zorgen dat we de juiste acties nemen.

Wat de effecten van robotisering en digitalisering op de arbeidsmarkt betreft, ziet u daar gevaar in voor de rechten van de werknemer (art 23 van de loonbeschermingswet)?

Alle studies tonen aan dat de digitalisering en robotisering tot nog toe niet hebben geleid tot jobverlies. Integendeel zelfs: we zijn nog nooit met zovelen aan het werk geweest. In mijn boek ‘No Jobs’pleit ik voor de digitalisering en robotisering. Indien we de digitalisering slim inzetten, is er een win-win situatie voor iedereen. Het repetitief, saai en belastend werk kan overgenomen worden door robots. Zo kunnen mensen zich meer toespitsen op de zinvolle taken in hun job. Robotisering en digitalisering kunnen bijdragen tot meer menswaardig werk Ć©n een meer inclusieve arbeidsmarkt. Vanzelfsprekend dienen daarom werknemers (vertegenwoordigers) van in het begin betrokken te worden bij de introductie van nieuwe technologieĆ«n. Zo is er direct aandacht voor de gevolgen van deze technologieĆ«n op de werksituatie van werknemers. Maar hierbij mogen we niet enkel oog hebben voor bestaande rechten maar ook voor het verzekeren van nieuwe rechten die duurzame loopbanen moeten schragen zoals een recht op levenslang leren en een recht op loopbaanbegeleiding. Daarom kan het belang van de Europese Pijler van Sociale Rechten die op de Sociale Top van Gƶteborg op 17 november 2017 werd goedgekeurd, niet genoeg beklemtoond worden. Die Pijler voorziet ‘stabiliserende’ principes die mensen moeten beschermen tegen economische schokken zoals we die gekend hebben met de voorbije financieel-economische crisis van 2008. In het domein van de arbeidsmarkt en werkgelegenheid hebben deze stabilisatoren inzonderheid betrekking op het voorzien van een adequate werkloosheidsverzekering, een adequate dekking van de werkloosheidsuitkeringen, geen proliferatie van arbeidsstatuten die weinig of geen verzekering bieden voor de betrokken werknemers, de toegang tot levenslang leren en een adequaat activeringsbeleid. Het is evident dat de VDAB een enorm belangrijke rol kan spelen in de tenuitvoerlegging van deze principes. Daarenboven voorziet de Europese Pijler expliciet een opdracht voor de publieke bemiddelingsdiensten. Inzake de activering en het verzekeren van transparantie op de arbeidsmarkt maar ook op vlak van ‘skills development’, spelen deze diensten immers een cruciale rol als regisseur en/of als actor. Maar deze taakstelling volstaat niet. De publieke bemiddelingsdiensten kunnen als ‘essentiĆ«le diensten’ in de implementatie van dit referentiekader zelf ook een stabilisator zijn wanneer ze de maturiteit van hun organisatie op het hoogste niveau tillen.

Fons Leroy
Gedelegeerd Bestuurder
VDAB

Speak Right Now: in Antwerpen-Centraal staan mensenrechten centraal dankzij Fedactio Antwerpen

Ter ere van de 70ste verjaardag van de rechten van de mens lanceerde Fedactio haar project Speak Right Now, met acties voor de mensenrechten over heel BelgiĆ«. Hieronder volgt het verslag van ƩƩn van de activiteiten in Antwerpen.


Op vrijdag 7 december zette Fedactio Antwerpen een stand op in Antwerpen-Centraal om de mensenrechten te promoten in het kader van project Speak Right Now. Via flyers werden gehaaste reizigers geïnformeerd over de mensenrechtenorganisaties in België. Zij die wat meer tijd hadden werden uitgenodigd om deel te nemen aan de Amnesty schrijfmarathon. Tijdens het schrijven boden de vrijwilligers van Fedactio Antwerpen een cakeje en kopje koffie aan om de inspanningen van de deelnemers te belonen. Samen schreven ze bijna 150 brieven.
Achter de schrijftafels werden verschillende getuigenissen geprojecteerd, zowel van slachtoffers als experten. Onder andere een Syrische vluchteling werd aan het woord gelaten, alsook Kati Verstrepen van de Liga voor Mensenrechten, Ernest Sagaga van de internationale federatie van journalisten, Kindercommissaris Bruno Vanobbergen en Talha Yildiz van het platform Humanitaire Hulp en Solidariteit. Het initiatief kon alvast rekenen op heel wat positieve reacties van de pendelaars.


Speak Right Now : ook Brussel zet zich in voor de mensenrechten

Ter ere van de 70ste verjaardag van de rechten van de mens lanceerde Fedactio haar project Speak Right Now, met acties voor de mensenrechten over heel Belgiƫ. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste evenementen in Brussel.

Workshop bewustwording van onze mensenrechten op 4 december
Op dinsdagavond 4 december, organiseerde Fedactio Brussel samen met Amnesty International een bewustwordingsworkshop rond mensenrechten voor jongeren tussen 16 en 30 jaar. Tijdens de workshop kregen een vijftiental jonge universitairen de kans om hun mening te geven over de 30 artikels van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens die dit jaar zijn 70ste verjaardag vierde op 10 december.

Er heerste een gemoedelijke sfeer wanneer de jongeren de artikels bespraken in kleine groepjes met ƩƩn moderator die telkens de meest relevante ideeƫn noteerde. Op het einde van de avond nam Karim Ganji het woord. Als Amnesty verantwoordelijk voor het project rond de 70ste verjaardag van de rechten van de mens gaf hij meer uitleg over de opiniepeiling die Amnesty International afnam bij franstalige jongeren tussen 18 en 34 jaar. Daaruit bleek dat de meerderheid (67 %) de Universele Verklaring niet kenden.


Met dit atelier hoopt Fedactio Brussel alvast die leemte op te vullen.


Schrijfmarathon Amnesty International op 5 december in het hoofdkantoor van Fedactio
Op woensdag 5 december konden geĆÆnteresseerden zich belangeloos inzetten voor de mensenrechten door een brief te schrijven voor de bescherming en vrijheid van negen vrouwelijke mensenrechtenverdedigers wereldwijd. Tussen 12:00 en 18:00 schreven deelnemers een kleine 100 brieven, aangemoedigd door de warme drankjes en hapjes die Fedactio Brussel had voorzien.


Tot volgende schrijfmarathon!


Speak Right Now: een hart voor mensenrechten in hartje Limburg

Schrijfmarathon op 3 en 4 december

Op maandag 3 en dinsdag 4 december werd Human Rights Week afgetrapt met een grootschaalse Amnesty International-schrijfmarathon. Deze werd georganiseerd in de UHasselt, met als doelpubliek de studenten, lectoren en toevallige passanten: echt iedereen was welkom om een bijdrage te leveren. Dankzij hun inzet werden er in totaal 122 brieven geschreven.


Doorlopende tekententoonstelling ‘mijn droomtoekomst’: 3 tot 10 december

Hoe zien leerlingen uit OKAN-klassen hun toekomst? Op die vraag mochten de leerlingen zelf antwoorden door de creatie van een persoonlijk kunstwerk. In totaal gingen zes scholen en meer dan vijfig leerlingen die uitdaging aan. De neerslag van hun inspanningen was een week lang te bewonderen op campus Diepenbeek en campus Oude Gevangenis aan de UHasselt: individuele kunstwerken of ambitieuze groepswerken maakten duidelijk dat de leerlingen geloven in een toekomst waarin mensenrechten centraal staan.


Ontbijt met vluchtelingen op 10 december

Human Right Week werd op maandag 10 december afgesloten met een ontbijt waarbij vluchtelingen en hun verhalen centraal stonden. Deelnemers konden luisteren naar verschillende gastsprekers en konden persoonlijk in gesprek gaan met de aanwezige vluchtelingen. Onder de gastsprekers bevonden zich mevrouw Hilde Stals, co-voorzitter Amnesty International Belgiƫ, de heer Ugur Tok, voorzitter Platform Peace and Justice en een medewerker van Palestina Solidariteit. Zij vertelden elk hoe ze zich dagelijks inzetten voor de bescherming van de mensenrechten. Aan het einde van het ontbijt werd de samenwerking tussen Scholars at Risk (SAR) en de UHasselt wereldkundig met de ondertekening van een charter.